Urbex fotografie

Regelmatig ga ik op pad naar verlaten locaties/gebouwen om deze op een mooie manier te fotograferen.
Dit noemen we dan “urban fotografie”.

Bij urban fotografie (ook wel urbex genoemd) maak ik foto’s in verlaten huizen, gebouwen, fabrieken etc.
Als urban fotograaf wil ik de verlatenheid vastleggen, waarmee ik een bepaalde lugubere sfeer op een foto wil laten zien.

De meeste urban locaties zijn niet zomaar te betreden!
Vaak staan de gebouwen op instorten of is het terrein afgesloten en lastig of zelfs helemaal niet toegankelijk.

Als urban fotograaf kun je dus niet zomaar overal legaal naar binnen.
Zonder toestemming naar binnen is meteen een risico betrapt te worden, maar uiteindelijk is het ook de spanning die het extra leuk maakt…
Het grote voordeel van een (verboden) afgesloten terrein is dat er niet heel veel mensen binnen zullen zijn geweest waardoor je dus een kans hebt uniekere foto’s te maken.
Het gaat er tenslotte om dat de lugubere sfeer die je op de foto wilt vastleggen wel zo origineel en onaangetast mogelijk is en dat deze niet al verstoord is door andere personen en/of graffiti.

Mocht je perse legaal een pand willen betreden kun je proberen om contact op te nemen met de beheerder of eigenaar en vragen voor toestemming.
Nog steeds erg leuk maar minder spannend en vaak minder uniek…..

Als urban fotograaf verniel je niets en je laat geen spoor achter (Take only pictures, leave only footprints……)
Als je toch betrapt wordt blijf vooral vriendelijk en leg uit wat je doel is. Vaak kom je weg met een waarschuwing en verlaat je het terrein.
Soms wordt de politie ingeschakeld wat kan leiden tot een bekeuring en of het wissen van je geheugenkaartje.
Het is dan ook verstandig om meerdere geheugenkaartjes te gebruiken en tijdens het fotograferen te wisselen.
Mocht je betrapt worden en je moet je kaartje wissen, dan heb je in ieder geval nog een aantal foto’s op een eerder gewisseld kaartje staan.

Ben je van plan om aan urban fotografie te gaan doen, ga nooit alleen!!!
Bij urban fotografie is het belangrijk dat je minimaal met 2 personen bent.
(Bij voorkeur ook niet met hele groepen omdat de kans betrapt te worden daarmee groter wordt).
Vaak ben je in gebouwen die niet altijd even veilig zijn om te betreden en mocht er iets gebeuren dan heb je toch iemand om je heen die kan helpen.

Het zoeken naar een locatie kost heel veel tijd… Vele uren zoeken op internet en hopen dat de locatie nog bestaat en niet gesloopt is.
In Nederland wordt veelal meteen gesloopt maar in omringende landen blijven gebouwen vaak staan. Hier heb je dus meer mogelijkheden.
Als je een locatie hebt gevonden en die gaat betreden moet je goed op je hoede zijn.
Let goed op waar je loopt dit omdat bijvoorbeeld een vloer of plafond door ouderdom en geen onderhoud kan instorten. Voor je het weet zak je er doorheen met alle gevolgen van dien.
Het dragen van goede kleding en vooral stevige schoenen is erg belangrijk.
Vaak ligt er glas of stukken hout met spijkers waarbij stevige schoenen essentieel zijn.
Je ontkomt vaak ook niet aan klimmen, klauteren en kruipen dus een zomerse outfit is niet heel erg handig.
Houdt er ook rekening mee dat een locatie niet altijd verlaten hoeft te zijn.
Op sommige locaties kan je bijvoorbeeld zwervers of hangjeugd tegenkomen.
Hoeft op zich geen probleem te zijn maar je loopt in de regel met dure apparatuur rond en er zijn nu eenmaal mensen die daar interesse in hebben…..

Wat neem ik mee?

  • Camera
  • Groothoeklens (16-35mm)
  • Klein telelens (24-70mm)
  • 4 geheugenkaartjes
  • Afstandsbediening voor de camera
  • Stevig statief
  • Kleine EHBO kit
  • Mobiel (opgeladen)
  • Goede zaklamp
  • Warme donkere kleding en stevige schoenen
  • Reserve kleding welke ik in de auto achterlaat
  • Wat te eten en drinken
  • Papieren zakdoekjes
  • Klein flesje handhygiëne
  • Leatherman tool (Mes, tang, zaagje……)
  • Rugzak waar alles inpast
  • ID-kaart of rijbewijs

Locaties:

Urban locaties worden in de regel niet gedeeld dit om te voorkomen dat personen die niet met urban fotografie bezig zijn de locaties bezoeken voor bij voorbeeld het spuiten van graffiti, te slopen of dingen mee te nemen.
Op sommige locaties staan/liggen weleens wat meer waardevolle spullen en het zou echt zonde zijn als deze worden meegenomen…
Laten we eerlijk zijn, de mooiste foto’s zijn toch die waarbij het lijkt of er al jaren niemand meer is geweest en waarbij de natuur de enige is die invloed heeft gehad op hoe het er uitziet…..
De echte urban fotograaf maakt dus alleen foto’s en laat de rest ongemoeid.

Tenslotte gaat het erom de originele onverstoorde lugubere ruimte te fotograferen….
Soms is het echt luguber en soms zijn het alleen de verhalen die het luguber maken.
(Hoe spannend is het om een oud verlaten pand te betreden wat vroeger dienst heeft gedaan als psychiatrisch ziekenhuis………)

Kijk naar mijn urban foto’s en verzin je eigen lugubere verhaal eromheen……..

High-Speed fotografie

High Speed fotografie…..

Al geruime tijd houd ik me bezig met high speed fotografie. Erg leuk om te doen en zeker spectaculair als je de resultaten bekijkt.
Voordat ik ga uitleggen hoe de foto’s tot stand komen moet ik wel even vermelden dat je wel een geschikte locatie/ruimte nodig hebt en een relatief kleine investering moet doen qua hardware.

Wat is high speed fotografie nu eigenlijk?

High speed fotografie is het fotograferen van objecten die zich op hoge snelheid voortbewegen.
Dit is natuurlijk een breed begrip want als je naast een snelweg gaat staan om voorbijrazende auto’s te fotograferen is dat dan ook high speed fotografie of moet je langs een circuit F1 bolides vast gaan leggen?
Tussen beide zit er natuurlijk een behoorlijk snelheidsverschil maar als ik het over high speed heb dan heb ik het ook echt over HIGH SPEED…… Extreme snelheden dus….
Kortom, snelheden die ver boven die van een F1 auto liggen.

Jaren geleden dacht ik toen ik langs een circuit stond dat dit al redelijk high speed was.
Camera sluitertijd op standje snel (1/1000 of sneller) om alles te bevriezen of het bekende meetrekken met de auto waarmee de auto scherp op de foto staat en de omgeving bewogen.
Mooie plaatjes die de snelheid van de auto goed weergeeft maar niet de highspeed waaraan ik denk.

Voorbijrazende F1 bolide is niet echt high speed fotografie

Druppelfotografie is ook een soort van high speed. Een vallende druppel op het juiste moment fotograferen met een zeer korte sluitertijd en goede belichting.
Afhankelijk van het formaat zal een waterdruppel ongeveer 10 m/sec halen (~36 km/u).
Ik praat hier over een druppel van ongeveer 2mm doorsnee. Dit is nog steeds prima te doen met een standaard camera al is een druppel een heel stuk kleiner dan een F1 auto.

Vallende druppels is een vorm van high speed fotografie

Des te kleiner het object des te lastiger het is om het scherp in beeld te krijgen.
Een Boeing 747 die met 250 km/u voorbij raast zal makkelijker scherp op de foto te zetten zijn dan een dan een druppel van 2mm met 36 km/u. Daarbij telt ook nog de afstand tot het object.
Druppelfotografie is dus best wel uitdagend en ik beleef er nog steeds veel plezier aan alleen wilde ik het nog wat extremer…

Kijken we naar een knappende ballon dan zul je zien dat deze in een fractie van een seconde uit elkaar spat. Sterker nog, een strak opgeblazen ballon die klapt haalt een snelheid van ver boven de 400 m/sec (1440 km/u).
Hier wordt het al een stukje lastiger om dit te fotograferen.
Een beetje DSLR camera heeft een maximale sluitertijd van 1/8000.
Hiermee kun je in de regel een object scherp fotograferen tot een snelheid van laten we zeggen 600 km/u (~166 m/sec) mits het object niet te klein is en je daardoor ook voldoende afstand kunt nemen van het object.
Daarbij wordt het bij kleine objecten ook nog eens lastig om op het juiste moment de ontspanknop in te drukken… Kortom tal van uitdagingen…

Een klappende ballon is al een stuk extremere vorm van high speed fotografie

Het is nu denk ik wel duidelijk dat je met een sluitertijd van 1/8000 bij echte high-speed tekort komt.
Daarbij komt ook nog dat het uitdagend (lees onmogelijk) is om op het juiste moment de ontspanknop van je camera in te drukken.
Om dan toch nog leuke plaatjes te schieten gebruik je bijvoorbeeld een reportageflitser of als je echt teveel geld hebt een studioflitser met een heel korte belichtingstijd…
Er zijn studioflitsers beschikbaar die een belichtingstijd hebben van 1/60.000 echter die zijn redelijk aan de prijs en niet iedereen heeft een elastieke portemonnee…
Ben je al in het bezit van een camera en losse reportageflitser dan ben je al een heel eind op weg.

Wat heb je nodig voor high speed fotografie?

  • Camera (DSLR of compact camera van redelijke kwaliteit)
  • Lens met een brandpuntafstand tussen de 70 en 200mm
  • 1 of 2 reportage flitsers
  • Statief
  • Een trigger die reageert op geluid, infrarood…. (Ik gebruik zelf een Nero Trigger)
  • Afstandsbediening voor je camera
  • Een ruimte die je donker kunt maken
  • Spullen die kapot mogen
  • Iets waarmee je spullen kapot kunt maken
  • Geduld

Het kunstje

Als eerste moet je begrijpen dat iets dat je met een buks o.i.d. kapot schiet zo snel beweegt, dat het niet met de sluitertijd van de camera valt te bevriezen.
Een kogel uit een luchtbuks haalt al een snelheid van 350 m/sec (~1250 km/u) en een kogel uit een vuurwapen gaat minimaal 800 m/sec (~2900 km/u)
Het enige dat je dan kunt gebruiken om je object te bevriezen, is licht, flitslicht om precies te zijn. Flitslicht van de reportageflitser is namelijk veel sneller (1/40.000) dan de sluitertijd van een camera (1/8000 zoals hierboven beschreven).

Je kunt indien nodig twee reportageflitsers gebruiken om je object goed uit te kunnen lichten die precies op het goede moment afgaan, zodat je een mooie scherpe actiefoto krijgt.
Nu kun je dat zelf gaan proberen te timen, maar neem van mij aan dat dit een onmogelijke klus zal zijn. Hiervoor gebruik je dus een trigger waarop de reportageflitser is aangesloten.
De trigger registreert het geluid van bijvoorbeeld een schot en die laat vervolgens de flitsers met een van tevoren ingestelde vertragingstijd afgaan. (Vertragingstijd is de tijd tussen het schot (knal) en dat het object door de kogel wordt doorboord).
Nu is er alleen nog het probleem dat ook je camera precies op het moment dat de flitsers afgaan, de foto moet maken. Ook dat is iets dat je zelf onmogelijk kunt timen. Dit is echter heel eenvoudig op te lossen door een lange sluitertijd te gebruiken.
Je staat immers in een donkere ruimte dus je sluiter kan relatief lang openstaan zonder dat er een foto wordt gemaakt. Je kunt je camera bijvoorbeeld op “bulb” instellen en met een afstandsbediening bepalen hoelang de sluiter open moet blijven.
De flitser gaat af met een zeer korte belichtingstijd (1/40.000 of korter) wat het object verlicht en dat maakt de foto.

Mocht het nu je interesse gewekt hebben dit ook te gaan doen houdt dan een aantal zaken goed in de gaten…
Veiligheid, zeker als je kogels door objecten gaat jagen waardoor scherven e.d. alle kanten op vliegen.
Dit kan je apparatuur beschadigen maar erger nog het kan je verwonden… Draag daarom altijd een veiligheidsbril en kleding die je lichaam zoveel mogelijk bedekt. (geen korte mouwen o.i.d.)
Neem zoveel mogelijk afstand van het object wat je kapot gaat schieten.
Zorg dat de kogel wordt “opgevangen” door een aantal planken bedekt met foam waardoor het afketsen wordt verkleind.
Schiet alleen op objecten die niet te hard zijn waarop de kogel kan afketsen en een eigen weg gaat bewandelen.
De ruimte blijft niet schoon dus je hebt een klusje achteraf wat mensen niet op de foto terugzien..

Ik kan veel verder in detail treden maar dat maakt de blog pagina’s lang.

Vindt je highspeed foto’s leuk maar heb je absoluut niet de interesse hiermee zelf te gaan experimenteren, houdt dan deze site of mijn FB pagina in de gaten… Hier komen zeker nog nieuwe highspeed foto’s voorbij….

Banding

HET VERSCHIL TUSSEN 8-BITS EN 16-BITS.

Om de werking van een 8-bits en 16-bits werkomgeving uit te kunnen leggen, beginnen we meteen met een verschil. Het verschil tussen JPEG en RAW.
Fotografeer je in JPEG, dan zal je, tijdens het bewerken van je foto’s in een fotobewerkingsprogramma, alleen in een 8-bits werkomgeving kunnen werken.
Fotografeer je in RAW, dan kun je kiezen tussen 8-bits of een 16-bits werkomgeving.

In de fotografie staat in de meeste gevallen kleuren centraal.
De bekende RGB-kleuren staan voor Rood, Groen en Blauw.
Met deze drie kleuren kun je ontzettend veel kleuren krijgen door te ‘mengen’.
Hier komen we gelijk bij een tweede verschil.
Bij 16-bits kunnen we veel meer combinaties (tinten) maken dan in een 8-bits werkomgeving.

EEN 8-BITS WERKOMGEVING

Vanuit de hierboven genoemde kleuren kunnen dus diverse soorten tinten ontstaan.
Denk bijvoorbeeld aan lichtgroen tot donkergroen en alle tinten die daartussen zitten.
Vanuit de wiskundige formule die achter de werking van bits zit weten we dat dit 256 tinten zijn.
In computertaal kunnen bits namelijk twee waarden hebben: 0 en 1. Om het aantal tinten te berekenen, krijg je de volgende som 2x2x2x2x2x2x2x2 = 256.
Dus 256 tinten groen, 256 tinten rood en 256 tinten blauw.
Als we deze tinten met elkaar mengen (vermenigvuldigen) krijg je 256 x 256 x 256 = 16,7 miljoen verschillende tinten.

EEN 16-BITS WERKOMGEVING

Hierboven heb ik de werking van de verschillende tinten omschreven.
Het hierboven beschreven geldt echter voor een 8-bits werkomgeving.
Werk je in een 16-bits werkomgeving zijn er nog meer tinten mogelijk, namelijk 65536 tinten per kleur!
Een verschil van maar liefst 65280 tinten met de 8-bits werkomgeving.
Om het totaal aantal tinten van een 16-bits werkomgeving uit te rekenen, krijg je de som: 65536 x 65536 x 65536 = 281 biljoen verschillende tinten.
Zie hier het derde verschil tussen een 8-bits en een 16-bits werkomgeving.

IN DE PRAKTIJK

Hoewel het om details gaat, is er wel degelijk verschil tussen een 8-bits en een 16-bits werkomgeving.
Zoomen we sterk in op een verloop van grijs naar wit bij 16-bits, dan zien we een nog steeds een mooi verloop, terwijl we bij 8-bits een verloop in strepen zien, ook wel “banding” genaamd.
Dit heeft te maken met het aantal tinten.
Doordat in een 8-bits werkomgeving de tinten beperkter zijn, zal je de overgang naar een andere tint ‘sprongsgewijs’ zien, terwijl in een 16-bits werkomgeving de overgang ‘egaler’ verloopt.

Stel dat je een foto aan het bewerken bent in je fotobewerkingsprogramma in een 8-bits werkomgeving.
Je wilt de foto graag bijsnijden, maar er ontstaat “banding” ( nare strepen/vlekken) in je foto.
Dit heeft te maken met de overgang van de ene tint naar de andere.
Door in een 16-bits werkomgeving te werken krijg je deze strepen/vlekken niet.
In een 8-bits werkomgeving zijn maar 256 tinten om een verloop te maken, terwijl in een 16-bits werkomgeving dit 65536 tinten zijn.

8-BITS VERSUS 16-BITS!

Hoewel je normaal geen grote verschillen zult zien, kun je concluderen dat je in een 16-bits werkomgeving meer mogelijkheden hebt, zeker in de kleinste details .
Door je camera in te stellen op RAW, krijg je in de bewerking van je foto automatisch een 16-bits.
(In JPEG kun je de foto alleen in een 8-bits werkomgeving bewerken).
Hier kan er dus een probleem ontstaan…
Als je dus een foto bewerkt in RAW en bijvoorbeeld teveel kleurtinten gebruikt, dan zal er in de JPEG-foto  mogelijk “banding” ontstaan.

Wat is “banding”?

“Banding” is de term voor het aantreffen van ongewenste patronen of verticale strepen in een foto. De ongewenste lijnen kunnen zowel verticaal of horizontaal zijn, dat hangt af van de camera positie op het moment dat de foto genomen is.
“Banding” wordt vaak veroorzaakt door een te laag kleur scheidend vermogen van 8 bit per basiskleur.
Foto’s worden opgeslagen in bits.
Zoals hierboven uitgelegd, leveren meer bits een hogere  kwaliteit van je foto.
Je kunt een foto uiteraard maken in 8 bits wat schijfruimte scheelt echter ik wil zelf altijd de beste kwaliteit en meeste mogelijkheden tijdens bewerken dus wil ik wel 16 bits RAW-bestanden hebben.

Het grondig nabewerken van een JPEG foto zal dus eerder “banding” opleveren dan je RAW-bestand.
Ook een hele hoge ISO-waarde kan “banding” veroorzaken.

Houdt ook rekening met het scherm waarop je de foto’s kijkt.
Die heeft ook een kleurdiepte (bits) die kan beïnvloeden hoe je de foto ziet.

Het opslaan van een RAW-foto in JPEG betekent dat de foto wordt gecomprimeerd (kleiner qua formaat).

Gedurende de compressie worden contrasten en kleuren die bij elkaar in de buurt liggen samengevoegd, waardoor geen geleidelijke overgangen maar “banding” ontstaat.
Is de contrast diepte te klein (hoge compressie) dan zal bij geleidelijke kleur overgangen (b.v. wolken) “banding” zichtbaar zijn.
“Banding” kan ook ontstaan door manipulatie van het histogram (b.v. de helderheid verhogen bij te weinig helderheid van de originele foto).
Door het “uitrekken ” van het histogram ontstaan er velden met gelijke intensiteit i.p.v. geleidelijke overgangen.

Een overdreven voorbeeld van “Banding”

Voorkomen

In de nabewerking is belangrijk dat je controleert of je RAW-foto  in 8 of 16-bits bewerkt.
Je kunt de foto opslaan als 16 bits TIFF.
Als je de foto echter gaat uploaden naar social media oid, zal het omgezet moeten worden naar 8 bits JPEG.
Wil je verder gaan met bewerken, zorg je in ieder geval dat je weer in de 16 bits kleurdiepte werkt.
Dit betekent vaak, terug gaan naar je RAW of PSD-file.
Ook kan het helpen om wat ‘noise’ toe te voegen in de nabewerking echter is het de vraag of je dat wil.

  • Zorg dat je ISO laag is.
  • Fotografeer en bewerk in RAW met een zo hoog mogelijke resolutie (max. wat de camera aankan) en contrastdiepte (16-bit)
  • Werk in Photoshop altijd met 16-bit contrastdiepte
  • Bewaar de RAW files zodat eventuele latere fotobewerking ook nog in RAW kan gebeuren.
  • Omzetten van een 8bit jpg naar 16bit/keur (Afbeelding-Modus-16bit/kanaal) kan helpen om “banding” te vermijden bij manipulatie van het histogram.
  • Beperk manipulatie van het histogram.
  • Corrigeren van onderbelichte opnames kan “banding” veroorzaken.
  • Omzetten naar JPEG altijd als laatste bewerking.
  • Om de foto te verkleinen reduceer je het aantal pixels maar sla op in maximum kwaliteit (contrastdiepte).

Diffractie

Misschien wordt dit een te technisch verhaal maar ik zal proberen het zo simpel mogelijk uit te leggen.
Moderne camera’s met vaak meer megapixels gaan een serieus probleem krijgen wat niet eenvoudig kan worden opgelost.
Een aspect van fotografie is het verlies van scherpte veroorzaakt door diffractie.

Wat ik me nog kan herinneren tijdens mijn studie is dat licht als een golf werkt.
Een lichtgolf verplaatst zich in een rechte lijn, maar kan ook buigen wanneer het door of rondom objecten gaat.
Wanneer licht door de lens van een camera met een groot diafragma straalt dan buigt of verspreidt het licht niet of nauwelijks.
Echter er gebeurt iets vreemds als het licht door een klein gaatje gaat, zoals een camera met een klein diafragma (hoog F-getal) want dan buigt het en interfereert het met zichzelf. (Het licht zal zich verspreiden en komen lichtstralen met elkaar in aanraking).
Je kunt het een beetje vergelijken met een tuinslang, als je deze dichtknijpt dan zal de waterstraal zicht meer verspreiden.
Deze interferentie wordt diffractie (straalbreking) genoemd.
Dit effect is normaal te verwaarlozen omdat kleinere lensopeningen vaak de scherpte verbeteren door lensafwijkingen te minimaliseren echter met voldoende kleine diafragma’s wordt deze strategie contraproductief en bereikt het een punt waar diffractie de overhand neemt.
Wanneer er diffractie optreedt heeft dat effect op de scherpte en de details in een foto want die nemen namelijk af.
Diffractie is dus een optisch effect dat de totale resolutie van fotografie beperkt.
Als je de limiet kent, kun je de details in de foto maximaliseren en een bijkomend voordeel is om onnodig lange belichtingen of hoge ISO-waarden te voorkomen.

Diffractie in eenvoudige bewoordingen is een fenomeen dat optreedt met licht wanneer het “samenwerkt” met een obstakel zoals bijvoorbeeld een objectief.
De meesten van ons kennen waarschijnlijk wel de lichtdiffractiepatronen op de achterkant van Cd’s.
Diffractie kan dus ook optreden in een camera, wat een grote uitdaging kan worden als je veel scherptediepte wil maar vooral ook scherpte.
Het kan ervoor zorgen dat foto’s hun scherpte verliezen, iets wat je normaal gezien niet wil.
Hieronder een plaatje met een eenvoudig diagram wat ik op internet heb gevonden en laat zien hoe lichtdeeltjes de sensor van een camera raken bij grote en kleinere diafragmaopeningen.

Bij F/2.8 zijn de lichtstralen nagenoeg recht. Hoe hoger het diafragma de meer afbuiging.

In de tekeningen hierboven zie je dat lichtstralen bij een kleine lensopening (hoog F-getal) verschillende afstanden afleggen waarbij sommige zich uit fase bewegen en dan beginnen ze elkaar te storen.
Deze interferentie produceert een diffractiepatroon met piekintensiteiten waar de amplitude van de lichtgolven optelt.

Voor een ideaal cirkelvormig diafragma wordt het 2D-diffractiepatroon een “Airy disk” genoemd (naar zijn ontdekker George Airy).
De breedte van de “airy disk” wordt gebruikt om de theoretische maximale resolutie voor een optisch systeem te definiëren.

Als gevolg van o.a. het anti-aliasingfilter van de sensor kan een “airy disk” een diameter van ongeveer 2 pixels hebben voordat diffractie de scherpte beperkt. (Uitgaande van een perfecte lens). Diffractie zal echter al een visuele impact hebben voordat deze diameter wordt bereikt (bij ~1,5 pixels).
De grootte van de “airy disk” is vooral nuttig in de context van pixelgrootte.
Hieronder een aantal “airy disk” tekeningen in vergelijking met de pixelgrootte van een paar camera modellen (Ik heb hier voor het gemak alleen full-frame camera’s gebruikt met een verschillend aantal pixels op hetzelfde sensor-oppervlak):

Canon 5D MK3 (24MP):

In de plaatjes is elk “ruitje” een pixel. Nu zie je hierboven dat met F/16 de “airy disk” in totaal al ruim 2 pixels beslaat dus hier zal de scherpte al afnemen. F/11 is hier dus de grens als je uitgaat van 1,5 pixel.

Canon 5D (13MP):

In bovenstaande plaatjes zie je dat de “airy disk” bij F/16 ongeveer net zoveel pixels beslaat als bij de 5D MK3 op F/11. Bij deze camera is dus F/16 de grens.

Nikon D800 (36MP):

In bovenstaande plaatjes zie je dat de “airy disk” bij F/11 al net over de grens gaat van 1.5 pixel en dus een lager F-getal de betere keuze is als je geen risico wil lopen op diffractie.

Wanneer dus de diameter van de “airy disk” groot wordt ten opzichte van de pixelgrootte in de camera dan begint deze een negatieve visuele impact op de foto te hebben.
Diffractie stelt dus een fundamentele resolutielimiet in als je wil gaan diafragmeren.
Omdat de grootte van de “airy disk” ook afhankelijk is van de golflengte van licht, zal elk van de drie primaire kleuren (Rood, Groen en Blauw) zijn diffractielimiet bereiken bij een andere lensopening.
De bovenstaande berekeningen gaan uit van licht in het midden van het zichtbare spectrum (ongeveer 550 nm).
De meeste digitale camera’s kunnen licht vastleggen met een golflengte van ergens tussen 450 nm en 680 nm.
De kleur groen zal als eerste scherpte verliezen en blauw als laatste.
Theoretisch kun je dus met alleen de kleur blauw meer diafragmeren zonder scherpte verlies dan met de kleur groen.

Het is duidelijk dat diffractie alleen zorgwekkend is bij kleine lensopeningen (hoog F-getal) in combinatie met het aantal pixels en het oppervlak van de sensor (lees grootte van de pixels)..
Grotere sensor met minder pixels heeft er ook minder last van en kun je dus meer diafragmeren.
In andere woorden, een 24 MP crop camera heeft eerder last van diffractie dan een 24MP full-frame camera puur omdat de pixels van een full-frame groter zijn…
Kleinere pixels hebben dus eerder last van diffractie en wat zien we de laatste jaren gebeuren? Sensoren die qua afmeting gelijk zijn gebleven alleen het aantal pixels zijn toegenomen.
Dit geldt voor zowel crop als full-frame camera’s.

Dus wat betekent dit allemaal voor fotografie in de praktijk?

Ik heb zelf eens een paar testjes gedaan met mijn Canon 5D MK3 en Canon 16-35 lens om te zien wat de echte effecten van diffractie zijn tijdens landschapsfotografie.
Deze test heb ik gedaan met een vaste opstelling, zwaar en stabiel statief, afstandsbediening en met de spiegel opgeklapt om variabelen die onscherpte kunnen veroorzaken zo veel mogelijk te elimineren.
Ik heb aantal foto gemaakt met verschillende diafragmaopeningen. De foto’s (24 MP RAW) toonde dat het vanaf diafragma F/11 resulteerde in een minder scherp plaatje.

Opnames gemaakt met diafragma F/9 en F/10 leverde mij de scherpste beelden op in combinatie met meer dan voldoende scherptediepte.
Belangrijk te weten is dat ik de vergelijking tussen de foto’s heb gedaan op 100% zoom.
Bij uitzoomen zal het minder zichtbaar zijn.

Het kan voorkomen dat tijdens landschapsfotografie het aanwezige licht zo veel is dat je meer moet diafragmeren om geen overbelichte foto’s te krijgen.
(Soms is F/11 bij ISO 100 niet voldoende).
In dit geval kun je dus beter een ND filter gebruiken dan meer diafragmeren om minder scherpe foto’s te voorkomen.