Banding

HET VERSCHIL TUSSEN 8-BITS EN 16-BITS

Om de werking van een 8-bits en 16-bits werkomgeving uit te kunnen leggen, beginnen we meteen met een verschil. Het verschil tussen JPEG en RAW.
Fotografeer je in JPEG, dan zal je, tijdens het bewerken van je foto’s in een fotobewerkingsprogramma, alleen in een 8-bits werkomgeving kunnen werken.
Fotografeer je in RAW, dan kun je kiezen tussen 8-bits of een 16-bits werkomgeving.

In de fotografie staat in de meeste gevallen kleuren centraal.
De bekende RGB-kleuren staan voor Rood, Groen en Blauw.
Met deze drie kleuren kun je ontzettend veel kleuren krijgen door te ‘mengen’.
Hier komen we gelijk bij een tweede verschil.
Bij 16-bits kunnen we veel meer combinaties (tinten) maken dan in een 8-bits werkomgeving.

EEN 8-BITS WERKOMGEVING

Vanuit de hierboven genoemde kleuren kunnen dus diverse soorten tinten ontstaan.
Denk bijvoorbeeld aan lichtgroen tot donkergroen en alle tinten die daartussen zitten.
Vanuit de wiskundige formule die achter de werking van bits zit weten we dat dit 256 tinten zijn.
In computertaal kunnen bits namelijk twee waarden hebben: 0 en 1. Om het aantal tinten te berekenen, krijg je de volgende som 2x2x2x2x2x2x2x2 = 256.
Dus 256 tinten groen, 256 tinten rood en 256 tinten blauw.
Als we deze tinten met elkaar mengen (vermenigvuldigen) krijg je 256 x 256 x 256 = 16,7 miljoen verschillende tinten.

EEN 16-BITS WERKOMGEVING

Hierboven heb ik de werking van de verschillende tinten omschreven.
Het hierboven beschreven geldt echter voor een 8-bits werkomgeving.
Werk je in een 16-bits werkomgeving zijn er nog meer tinten mogelijk, namelijk 65536 tinten per kleur!
Een verschil van maar liefst 65280 tinten met de 8-bits werkomgeving.
Om het totaal aantal tinten van een 16-bits werkomgeving uit te rekenen, krijg je de som: 65536 x 65536 x 65536 = 281 biljoen verschillende tinten.
Zie hier het derde verschil tussen een 8-bits en een 16-bits werkomgeving.

IN DE PRAKTIJK

Hoewel het om details gaat, is er wel degelijk verschil tussen een 8-bits en een 16-bits werkomgeving.
Zoomen we sterk in op een verloop van grijs naar wit bij 16-bits, dan zien we een nog steeds een mooi verloop, terwijl we bij 8-bits een verloop in strepen zien, ook wel “banding” genaamd.
Dit heeft te maken met het aantal tinten.
Doordat in een 8-bits werkomgeving de tinten beperkter zijn, zal je de overgang naar een andere tint ‘sprongsgewijs’ zien, terwijl in een 16-bits werkomgeving de overgang ‘egaler’ verloopt.

Stel dat je een foto aan het bewerken bent in je fotobewerkingsprogramma in een 8-bits werkomgeving.
Je wilt de foto graag bijsnijden, maar er ontstaat “banding” ( nare strepen/vlekken) in je foto.
Dit heeft te maken met de overgang van de ene tint naar de andere.
Door in een 16-bits werkomgeving te werken krijg je deze strepen/vlekken niet.
In een 8-bits werkomgeving zijn maar 256 tinten om een verloop te maken, terwijl in een 16-bits werkomgeving dit 65536 tinten zijn.

8-BITS VERSUS 16-BITS!

Hoewel je normaal geen grote verschillen zult zien, kun je concluderen dat je in een 16-bits werkomgeving meer mogelijkheden hebt, zeker in de kleinste details .
Door je camera in te stellen op RAW, krijg je in de bewerking van je foto automatisch een 16-bits.
(In JPEG kun je de foto alleen in een 8-bits werkomgeving bewerken).
Hier kan er dus een probleem ontstaan…
Als je dus een foto bewerkt in RAW en bijvoorbeeld teveel kleurtinten gebruikt, dan zal er in de JPEG-foto  mogelijk “banding” ontstaan.

Wat is “banding”?

“Banding” is de term voor het aantreffen van ongewenste patronen of verticale strepen in een foto. De ongewenste lijnen kunnen zowel verticaal of horizontaal zijn, dat hangt af van de camera positie op het moment dat de foto genomen is.
“Banding” wordt vaak veroorzaakt door een te laag kleur scheidend vermogen van 8 bit per basiskleur.
Foto’s worden opgeslagen in bits.
Zoals hierboven uitgelegd, leveren meer bits een hogere  kwaliteit van je foto.
Je kunt een foto uiteraard maken in 8 bits wat schijfruimte scheelt echter ik wil zelf altijd de beste kwaliteit en meeste mogelijkheden tijdens bewerken dus wil ik wel 16 bits RAW-bestanden hebben.

Het grondig nabewerken van een JPEG foto zal dus eerder “banding” opleveren dan je RAW-bestand.
Ook een hele hoge ISO-waarde kan “banding” veroorzaken.

Houdt ook rekening met het scherm waarop je de foto’s kijkt.
Die heeft ook een kleurdiepte (bits) die kan beïnvloeden hoe je de foto ziet.

Het opslaan van een RAW-foto in JPEG betekent dat de foto wordt gecomprimeerd (kleiner qua formaat).

Gedurende de compressie worden contrasten en kleuren die bij elkaar in de buurt liggen samengevoegd, waardoor geen geleidelijke overgangen maar “banding” ontstaat.
Is de contrast diepte te klein (hoge compressie) dan zal bij geleidelijke kleur overgangen (b.v. wolken) “banding” zichtbaar zijn.
“Banding” kan ook ontstaan door manipulatie van het histogram (b.v. de helderheid verhogen bij te weinig helderheid van de originele foto).
Door het “uitrekken ” van het histogram ontstaan er velden met gelijke intensiteit i.p.v. geleidelijke overgangen.

Een overdreven voorbeeld van “Banding”

 

Voorkomen

In de nabewerking is belangrijk dat je controleert of je RAW-foto  in 8 of 16-bits bewerkt.
Je kunt de foto opslaan als 16 bits TIFF.
Als je de foto echter gaat uploaden naar social media oid, zal het omgezet moeten worden naar 8 bits JPEG.
Wil je verder gaan met bewerken, zorg je in ieder geval dat je weer in de 16 bits kleurdiepte werkt.
Dit betekent vaak, terug gaan naar je RAW of PSD-file.
Ook kan het helpen om wat ‘noise’ toe te voegen in de nabewerking echter is het de vraag of je dat wil.

  • Zorg dat je ISO laag is.
  • Fotografeer en bewerk in RAW met een zo hoog mogelijke resolutie (max. wat de camera aankan) en contrastdiepte (16-bit)
  • Werk in Photoshop altijd met 16-bit contrastdiepte
  • Bewaar de RAW files zodat eventuele latere fotobewerking ook nog in RAW kan gebeuren.
  • Omzetten van een 8bit jpg naar 16bit/keur (Afbeelding-Modus-16bit/kanaal) kan helpen om “banding” te vermijden bij manipulatie van het histogram.
  • Beperk manipulatie van het histogram.
  • Corrigeren van onderbelichte opnames kan “banding” veroorzaken.
  • Omzetten naar JPEG altijd als laatste bewerking.
  • Om de foto te verkleinen reduceer je het aantal pixels maar sla op in maximum kwaliteit (contrastdiepte).

 

Handtekening Chris